|
Wie een buitenschoolse opvang begint, denkt eerst aan het pedagogisch beleid, aan een leeshoek met zitzakken en aan een plek waar twintig kinderen na schooltijd hun jas kwijt kunnen. De meterkast komt pas veel later in beeld. Vaak pas als er een toezichthouder van de GGD in de gang staat en vraagt of je weet hoe oud de installatie eigenlijk is. Die volgorde is begrijpelijk, maar hij kost geld. Dat zag ik vorig jaar van dichtbij bij een kennis die in Cuijk een BSO opzette in een voormalig kantoorpand, op loopafstand van de Maas. Het gebouw had een lichte benedenverdieping, een binnenplaats die zich prima liet ombouwen tot speelplaats en een huurprijs die ze in Padbroek of de Heeswijkse Kampen nergens tegenkwam. Wat het ook had, was een elektrische installatie die was ingericht voor bureaus en een koffieautomaat, niet voor kinderen van vier tot twaalf. Wat de inspectie wel en niet controleertEr bestaat een hardnekkig misverstand dat de GGD met een meetapparaat langs je stopcontacten loopt. Zo werkt het niet. De toezichthouder komt namens de gemeente en kijkt vooral of je veiligheids- en gezondheidsbeleid klopt met wat er in het pand gebeurt. Je moet zelf de grote risico’s in kaart brengen en laten zien hoe je ze beperkt. Een stopcontact op kniehoogte zonder kinderbeveiliging in de knutselruimte is zo’n risico. Een verlengsnoer dat over de vloer naar de beamer loopt ook. Staat er in je beleid dat alle stopcontacten beveiligd zijn, terwijl de toezichthouder in de slaapruimte een open exemplaar vindt, dan heb je een probleem. Niet omdat dat ene stopcontact zo dramatisch is, maar omdat je beleid dan niet meer geloofwaardig is. Stopcontacten, snoeren en lichtIn het pand van mijn kennis zaten de wandcontactdozen netjes op bureauhoogte, maar ook een rij vloerdozen midden in wat de bouwhoek moest worden. Daar zitten kinderen met hun neus bovenop. Die dozen zijn weggehaald en afgedopt, en in de groepsruimtes kwamen stopcontacten met ingebouwde kinderbeveiliging, waar het kon hoger aan de wand. Losse plastic afdekplaatjes zijn een noodoplossing. Een kind van zes heeft ze sneller los dan jij. Verlichting is het tweede punt dat vaak wordt onderschat. Kantoren hebben strakke tl-armaturen, prima voor beeldschermwerk. Kinderen spelen alleen op de grond en lezen in hoeken, dus daar wil je gelijkmatig licht dat niet flikkert. Hang armaturen zo dat niemand erbij kan als er iemand op een tafel klimt, want dat gebeurt. En kijk naar de noodverlichting boven de vluchtroutes, die moet het ook echt doen als de stroom uitvalt. Dat wordt periodiek getest, en die test wil je ergens vastgelegd hebben. Een werkgever heeft ook een keuringsplichtWat veel startende ondernemers in de opvang vergeten, is dat ze werkgever worden. Pedagogisch medewerkers vallen onder de Arbowet, en daaruit volgt dat de elektrische installatie en de gebruikte apparaten periodiek gecontroleerd moeten worden volgens NEN 3140. Een verzekeraar vraagt na een schade ook al snel naar dat rapport. Mijn kennis had er nog nooit van gehoord toen ze het huurcontract tekende. Ze heeft uiteindelijk Elektricien Cuijk gevraagd om de hele installatie door te lopen voordat de inrichting erin ging. Dat bleek achteraf de goedkoopste volgorde, want werken boven een systeemplafond en langs de wanden gaat een stuk makkelijker zolang er nog geen kasten staan. In de groepenkast kwamen extra groepen voor de keuken, waar om half vier een vaatwasser en een combimagnetron tegelijk draaien, en daarna viel elke groep onder een aardlekschakelaar van 30 mA. Het rapport van Elektricien Cuijk ligt nu in dezelfde map als het veiligheidsbeleid. Bij het eerste inspectiebezoek, op een natte dinsdag in november, was dat volgens haar het onderdeel waar het minst lang over werd gepraat. Precies zoals je het wilt. |












